In mijn hoofd was hij nochtans nog maar net begonnen, maar helaas. Het aspergeseizoen is traditioneel gezien weer aan zijn einde gekomen. Een goede drie maand lang hebben deze wit- groene plezierstengels mijn keuken gedomineerd en mijn urine van de nodige geur en kleurstof voorzien. Ik staar nog vaak zuchtend naar ze in de winkel bij wijze van afscheid maar aangezien ze nog niet volledig uit de winkelrekken verdwenen zijn, maak ik er nu en dan toch nog een heerlijk gerechtje mee.

Alhoewel mijn voorkeur meestal uitgaat naar de groene asperges, koos ik voor dit gerecht nog eens voor de witte versie. Van de aardappelen maakte ik een krokant kruim, ik serveer er een puree van groene bonen bij, rauwe gele wortel en een klassieke portsaus. Wil je deze ook maken (moet je echt doen!)? Het receptje staat naar goede gewoonte gewoon hieronder. Wat had je anders verwacht? 🙂

Dit heb je nodig (twee personen):

  • 1 pak witte asperges
  • 5 aardappelen
  • 1 varkenshaasje
  • 1 gele wortel flinter dun gesneden
  • tuinbonen
  • room
  • boter
  • olijfolie
  • porto
  • vlees fond
  • 1 sjalotje
  • 1 snuifje suiker

Zo ga je te werk:

  1. Schil de aardappelen en kook ze gaar. Giet ze af en laat nog even uitdrogen op het vuur. Kruid met peper en zout en stamp fijn tot een puree zonder iets van melk, boter,… toe te voegen.
  2. Zet een wokpan op het vuur met een beetje olijfolie en een stukje boter. Voeg 2 scheppen puree toe en bak dit krokant terwijl je er in roert. Je bekomt zo een krokant aardappel kruim.
  3. Kook de tuinbonen in gezouten water. Hou er een aantal opzij voor de afwerking. De anderen doe je in een blender met een goede scheut room. Kruid met peper en zout en draai tot een gladde crème. Eventueel kan je deze nog eens door een vergiet halen voor een fijnere structuur.
  4. Schil de witte asperges en kook ze beetgaar
  5. Schil de gele wortel (kan ook met gewone wortel natuurlijk) en snijd met een mandoline in fijne schijfjes. Kruid ze met peper en zout, doe er wat olijfolie over en wat witte wijn azijn. Zet fris.
  6. Kruid het vlees met peper en zout en bak aan in een hete pan zodat de buitenkant mooi krokant is. Zet vervolgens in de oven op 180 graden gedurende een tiental minuten of tot wanneer je vlees een kerntemperatuur heeft van 55 graden.
  7. Giet het overtollige vet weg, snipper een sjalotje fijn en bak het in dezelfde pan.
  8. Blus de pan met een glas porto. Voeg ook een lepeltje suiker toe. Ik heb het graag iets zoeter, elk zijn keuze! Laat voor de helft inkoken en voeg daarna de bouillon toe. Laat inkoken en werk op het laatste af met een blokje ijskoude boter om de saus te laten indikken. Heb je het liever wat gezonder, gebruik dan een lepeltje Maizena.
  9. Dresseer je borden en werk af met een takje rozemarijn.

Smakelijk!

En gaan jullie de asperges missen?  Of toch niet echt fan?

 

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *